Wij vinden het belangrijk dat je niet meer leent dan past bij jouw financiële situatie. Daarom toetsen wij op de gebruikelijke normen en op basis van de gedragscode hypothecaire financieringen, zodat je een betaalbare hypotheek krijgt.

Algemeen

Inkomenscomponenten

Voor het bepalen van de maximale lening rekenen we met het toetsinkomen. Dit is de som van de onderstaande componenten:

  • Inkomen uit vast dienstverband;
  • Vakantietoeslag en vaste, contractueel vastgelegde, eindejaarsuitkering of 13e maand;
  • Vaste vergoeding extra beslaglegging voor militairen (VEB-toelage);
  • Structurele onregelmatigheidstoeslag, provisie en overwerk;
  • Inkomen uit een tijdelijk dienstverband of een flexibele arbeidsrelatie;
  • Inkomen uit pensioen;
  • Inkomen uit lijfrente;
  • Inkomen uit een uitkering (WAO, WAZ of IVA);
  • Inkomen uit alimentatie;
  • Inkomen uit vermogen.

Het inkomen moet blijken uit een werkgeversverklaring van maximaal 3 maanden oud, volgens de NHG model-werkgeversverklaring. 

Download deze hier: https://www.nhg.nl/werkgeversverklaring

Belangrijk. Niet alle componenten tellen voor 100% mee. Hoe we exact omgaan met de verschillende componenten is hieronder toegelicht.

Inkomen uit vast dienstverband

Het bruto jaarsalaris uit een vast dienstverband wordt voor maximaal 40 uur per week meegenomen in de berekening van het toetsinkomen. Als de aanvrager meer dan 40 uur per week werkt dan worden deze uren meegenomen als overwerk. Er is sprake van een vast dienstverband als de aanvrager een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft en de proeftijd is verstreken. 

Binnenkort loonsverhoging? Wij nemen een loonsverhoging mee in het toetsinkomen als voldaan wordt aan deze voorwaarden:

  • De verhoging gaat binnen 6 maanden na offertedatum in;
  • De werkgever bevestigt schriftelijk dat de verhoging onvoorwaardelijk is.

Structurele onregelmatigheidstoeslag, provisie en overwerk

Deze niet-vaste inkomenscomponenten worden onder voorwaarden meegerekend in het toetsinkomen. Dat mag tot een maximum van 20% van het vaste inkomen. 

Om mee te tellen moet dit inkomen voldoen aan de volgende eisen:

  • Het past bij de functie en binnen het bestaande dienstverband;
  • Het heeft een structureel karakter;
  • Het is in de laatste twaalf maanden ontvangen;
  • Het blijkt uit de meest recente salarisstrook.

Belangrijk. Als deze componenten niet duidelijk blijken uit de recente salarisstrook zullen we ook om de laatste salarisstrook van het vorige kalenderjaar vragen.

Inkomen uit een tijdelijk dienstverband of een flexibele arbeidsrelatie

Als de aanvrager een ondertekende werkgeversverklaring met intentieverklaring heeft en de proeftijd is verstreken, dan behandelen we het inkomen als een vast dienstverband zoals hierboven beschreven.

Bij een tijdelijk dienstverband zonder intentieverklaring gelden dezelfde regels als bij een flexibele arbeidsrelatie. Het is een flexibele arbeidsrelatie als er sprake is van inkomen uit seizoenswerk, uitzendwerk, oproep- of invalwerk.

Voor het berekenen van het toetsinkomen kijken we naar het gemiddelde inkomen van de laatste 3 kalenderjaren. Daarbij kijken we naar de jaaropgaven van de werkgever(s). Als het gemiddelde hoger is dan het inkomen van het laatste jaar, dan rekenen we met het laagste bedrag. Een prognose van toekomstige inkomsten accepteren we niet. 

Inkomen uit pensioen

Dit wordt aangetoond met de meest recente opgave van de pensioenuitkerende instantie.

Binnen 10 jaar met pensioen? Wij houden bij de berekening van het toetsinkomen rekening met de verwachte inkomensverandering na pensionering. Het toekomstig pensioen kan worden aangetoond met een digitale kopie van het pensioenoverzicht, die je kunt downloaden op mijnpensioenoverzicht.nl. Dit overzicht mag niet ouder zijn dan 3 maanden. We rekenen dan met het bijbehorende financieringslastpercentage. 

Als de hypotheeklasten op basis van het toekomstig inkomen niet haalbaar zijn, moet het deel dat bij pensionering niet gedragen kan worden daarvoor afgelost zijn.

Inkomen uit lijfrente

We nemen een ingegane uitkering uit een lijfrenteverzekering voor de resterende looptijd mee als inkomen. Ook een toekomstige uitkering nemen we mee over de periode van de uitkering, mits deze gegarandeerd is. Dit moet de aanvrager aantonen met een opgave van de verzekeraar met daarin de huidige poliswaarde, ingangsdatum, einddatum, premietermijn en het bruto historisch fondsrendement.

Om het inkomen uit lijfrente mee te kunnen nemen in de berekening moet de aanvrager dit aantonen met een schriftelijke verklaring van de uitkerende instantie en een recent bankafschrift waarop de lijfrentestorting zichtbaar is.

Inkomen uit uitkering

Het inkomen uit een uitkering nemen we voor 70% mee in de berekening als het een uitkering voor onbepaalde tijd is. Dit wordt aangetoond met een toekenningsbesluit of een schriftelijke verklaring van de uitkerende instantie en een recent bankafschrift waarop de uitkeringsstorting zichtbaar is.

 Een WAO- of WAZ-uitkering zien we als blijvende uitkering als de aanvrager op of voor 1 juli 1954 is geboren, of als uit het toekenningsbesluit blijkt dat er op of na 1 oktober 2004 een (her)beoordeling is geweest. 

Een IVA-uitkering nemen wij mee als inkomen uit uitkering. 

Belangrijk. Inkomen uit een volledige WW-uitkering of een WAJONG-uitkering wordt niet meegenomen.

Inkomen uit partneralimentatie

Het inkomen uit partneralimentatie nemen we voor 70% mee voor de resterende periode waarvoor de alimentatie is vastgesteld. Alimentatie voor kinderen tellen wij niet mee. De alimentatie moet gebaseerd zijn op een rechterlijke uitspraak of zijn vastgelegd in een overeenkomst tot beëindiging van een geregistreerd partnerschap of huwelijk. Het inkomen moet worden aangetoond met echtscheidingspapieren waaruit de hoogte van de alimentatie blijkt en een recent bankafschrift waarop de alimentatiestorting zichtbaar is.

Inkomen uit vermogen

Het inkomen uit vermogen tellen we mee indien de inkomsten worden gegenereerd zonder dat de vermogensbron wordt aangetast. Dit is bijvoorbeeld het geval bij inkomsten uit sparen, effecten en verhuur. Voor het bepalen van de inkomsten uit vermogen rekenen we met 2% over de waarde van het vermogen, of de offerte rente als deze lager is.

Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

  • Het vermogen moet blijken uit de meest recente belastingaangifte en uit een recente waarde-opgave;
  • Minimaal 70% van de financieringslast op basis van de toetsrente moet kunnen worden betaald uit het reguliere inkomen.

Wat telt niet mee als inkomen?

Er zijn ook inkomenscomponenten die we niet meenemen in de berekening van het toetsinkomen. Dat zijn:

  • Persoonsgebonden budget (pgb);
  • Onkostenvergoedingen van de werkgever;
  • Vergoedingen van de werkgever (bijvoorbeeld bijdrage ziektekostenverzekering, hypotheekrente subsidie of vergoeding voor kinderopvang);
  • Inkomen uit levensloopregeling;
  • Pensioencompensatie;
  • Inkomen van een in het buitenland gevestigde werkgever.
Heeft u het antwoord gevonden?